Verliesaversie: We kunnen niet tegen ons verlies

Verliesaversie

Wellicht herken je het wel. Je hebt iets gemaakt of gedaan en je krijgt van 10 personen alleen maar complimenten en van 1 persoon krijg je negatieve feedback. Alle mooie positieve reacties worden direct overstemt door de negatieve feedback. Hoe kan dat? Dit heeft te maken met de verliesaversie.

Onze hersenen zijn er zo op ingericht dat het direct gevaar herkent. Evolutionair gezien heeft dit ermee te maken dat onze voorouders in de oertijd moesten zien of iets giftig was of als er een tijger aankwam. Ze hadden dan geen tijd meer om even naar de mooie bloemen te kijken. In een spit-second moesten ze een keuze nemen met gevaar voor eigen leven. Het zien en opletten van gevaar was dus belangrijker dan plezier. Hierdoor zijn we goed in gevaar herkennen. Het maakt hierbij niet uit of er echt gevaar schuilt of dat we dit alleen denken. Daardoor maakt negatieve feedback meer indruk dan complimenten.

Wanneer je bij de eerste indruk een negatief gevoel over die persoon krijgt, probeer je de informatie die je daarna over die persoon krijgt te rechtvaardigen door de eigenschappen van die persoon te interpreteren op een manier die de eerste – in dit geval negatieve – indruk bevestigt. Het zogeheten halo-effect. Toch gaat dit andersom wel gemakkelijker. Van iemand waarbij we eerst een positief beeld hebben en die daarna iets verkeerd doet, hangen we direct een negatiever oordeel aan vast. Psycholoog Paul Rozin zegt dit heel treffend: “Een enkele kakkerlak in een schaal kersen roept weerzin op, en een enkele kers vermindert niet onze weerzin tegen een schaal kakkerlakken”. Dit geldt ook met vertrouwen. Ze zeggen weleens vertrouwen komt te voet en gaat ter paard.  Gevaar of niet; we letten constant op.

 

Maar wat is nu dan precies verliesaversie?

Verliesaversie houdt in dat we liever kiezen voor het behoud van wat we hebben, dan dat we een risico nemen voor iets beters met een kans op falen. De verliesaversie bepaalt waarschijnlijk veel stappen in jouw leven. Ga jij voor behoud van wat je hebt of durf je soms weleens een stap in het diepe te springen?

Ga maar eens na wat je zou doen in het volgende voorbeeld.

Stel je een kennis vraagt je of je een gokje wil wagen. Je mag kiezen uit kop of munt. Als het kop is, verlies je 100 euro. Als het munt is, win je 150 euro.

Zou jij meedoen aan dit spelletje?

Waarschijnlijk niet, omdat hier de verliesaversie om de hoek komt kijken. De pijn die verliezen veroorzaakt weegt voor jou dan zwaarder dan de vreugde bij het winnen. Je wil niet het risico lopen om 100 euro te verliezen. Toch als je het statisch zou bekijken, zou je bij deze gok meer winnen dan verliezen.

Dit is nog een spelletje, maar de hele angst om iets te verliezen heeft best veel invloed in ons dagelijkse leven. Geef ik mijn baan op? Zal ik stoppen met mijn onderneming? Zal ik starten met een nieuwe studie? Onze angst om iets te verliezen zorgt er soms voor dat we niet in actie komen. Evenals de angst van  niet weten wat er komen gaat. Is dat wel iets beter dan waar we nu in zitten? Wat ook kan gebeuren is dat we wel direct in actie komen, omdat we bang zijn om te verliezen. Denk aan booking.com. Als je daar rondkijkt, zie je hoeveel mensen er ook azen op je plekje en hoeveel plekken er nog over zijn. En als je dan ook nog eens ziet dat er maar 1 plekje over is, ga je direct boeken.

Kortom: verliezen, we doen het liever niet.

spotlighteffect

Spotlighteffect: Wees niet bang, niemand let op je

Spotlighteffect

Een van de redenen waarom mensen zoveel moeite doen om zich aan sociale normen te houden, is dat ze denken dat anderen hun nauwlettend in de gaten houden. Maar doorgaans letten minder mensen op je dan je denkt.

Ik merk het zelf als ik Stories op Instagram bekijk. Iemand vertelt zijn verhaal en dan gebeurt het nog weleens dat iemand zegt ‘let maar niet op mijn haar (bad hair day!)’, of ‘let maar niet op de rode vlekken’. Of enkele uren na het plaatsen van hun verhaal, volgt er een bericht met ‘ooh, ik zie nu pas dat ik een vlek heb op mijn t-shirt’. Hiermee gaan ze er dus vanuit dat iedereen dat ziet of heeft gezien. Mij vallen dit soort dingen helemaal niet op. Pas op het moment dat iemand het zegt, valt het op. Het zorgt er vaak juist voor dat je nog meer op dat soort dingen gaat letten in de toekomst.

Dit gebeurt natuurlijk niet alleen op Instagram. Ook in het dagelijkse leven zijn we erg bewust van onszelf. Terwijl een ander vaak helemaal niet zo met ons bezig is. Wat voor jou een blunder is, heeft de ander wellicht niet eens opgemerkt of niet als een blunder bestempeld.

Kortom we overschatten de mate waarin andere mensen op ons letten. Tijdens een gesprek kan het zijn dat jij iets zegt waar je achteraf mee inzat. Terwijl de ander daar niet mee bezig is, omdat die ook te veel met zichzelf bezig is. Wat ik hier beschrijf is het spotlighteffect, dit is het fenomeen waarin mensen geneigd zijn te geloven dat ze meer worden opgemerkt dan in werkelijkheid gebeurt.

Heb je ook veel last van het spotlighteffect, dan is het goed om te beseffen dat anderen dus niet zo op je letten. Maak je daar gewoon niet te druk over. Roger Rosenblatt, auteur en criticus zei: ‘I promise you: Nobody is thinking about you. They are thinking about themselves-just like you’. Dit is wellicht wat overdreven, maar je snapt de boodschap.

neuroplasticiteit

Neuroplasticiteit: Goed nieuws! Je bent nooit te oud om te leren

Neuroplasticiteit

Nog net zo lang niet zo geleden dachten breinwetenschappers dat de hersenen na de pubertijd niet meer veranderden. Ze dachten dat verbindingen in de hersenen hetzelfde blijven. Door veel neurologisch onderzoek van de afgelopen tijd ontdekten neurowetenschappers dat dit een fabel is.  Je hersenen kunnen veranderen, sterker nog het vormt zich voortdurend en past zich constant aan op basis van ervaringen. Dit is goed nieuws, want dit betekent dat je altijd iets nieuws kan leren. De aanpassing van het brein wordt neuroplasticiteit genoemd.

Omgeving

De aanpassing gebeurt onder invloed van de genen en omgeving. Aan de eerste invloed kun je helaas niets meer doen, maar aan de invloed van je omgeving wel. Wil je een nieuwe taak leren, bijvoorbeeld na het avondeten een rondje hardlopen, dan is oefening van groot belang. Ik leg je uit hoe het werkt.

Onze hersenen zijn een afspiegeling van onze omgeving, onze ervaringen en ons verleden. Dus als jij ’s avonds op de bank ploft en televisiekijkt, dan gaan je hersenen heel makkelijk dezelfde gedachten activeren die bij die plek horen.  Bijvoorbeeld:

‘Ik heb wel zin in borrelnootjes.’
‘Ik blijf lekker zitten waar ik zit en heb geen zin in extra beweging.’
‘Nu ik die film kijk, heb ik wel zin in popcorn.’

Neuraal netwerk

Wil je iets veranderen, dat kan door nieuwe verbindingen tussen hersencellen te vormen. Dat werkt als volgt: Een netwerk van een groep zenuwcellen wordt een neuraal netwerk genoemd. Het is een onderling dynamisch netwerk met daarin miljarden banen. Deze lichten op, elke keer als je denkt, voelt of handelt. Sommige van deze banen worden vaak gebruikt, dat zijn onze gewoonten; onze geconditioneerde manier van hoe we denken, voelen en handelen. Elke keer als we een nieuwe taak uitvoeren of denken of voelen, versterken we deze banen. Hierdoor wordt het gemakkelijker voor ons brein om deze weg te gebruiken.  Door herhaalde oefening wordt het onderliggende neurale netwerk sneller en sterker.

Een nieuwe baan

Je gaat dus zorgen voor een nieuwe baan. Dat vraagt om herhaling, binnen een bepaalde tijd, gemiddeld genomen 6 weken. Dus oefenen, oefenen en oefenen. Op deze manier sla je het nieuwe netwerk op en kan het op den duur manier automatisch verlopen, zonder bewuste oefening.

Op een gegeven moment wordt deze manier van denken, voelen of handelen een nieuwe gewoonte. Het oude neuraal netwerk wordt dan steeds minder gebruikt en verzwakt uiteindelijk.

 

 

positieve psychologie

Wat is de Positieve psychologie?

Positieve psychologie

In mijn werk als psycholoog maak ik veel gebruik van de inzichten uit de positieve psychologie. Maar wat is precies de positieve psychologie? In dit artikel leg ik het je uit.

 

De positieve psychologie is een belangrijke wetenschappelijke stroming binnen de psychologie. De positieve psychologie legt de nadruk op wat de mens gelukkig maakt en kijkt naar zijn/haar mogelijkheden. Dit op aanvulling van de klassieke psychologie die zich voornamelijk bezighoudt met problemen en afwijkingen. Het is niet de bedoeling van de positieve psychologie om alles wat er inmiddels bekend is over de klassieke psychologie te vervangen, maar juist aan te vullen.

Psycholoog Martin Seligman is de grondlegger van de positieve psychologie. Met het volgende verhaal vertelt Martin hoe zijn dochtertje in 1997 zijn leven veranderde en daarom ook de psychologie.

 

Ik was in de tuin mijn rozen aan het snoeien en onkruid aan het wieden. Mijn dochter, die net vijf jaar geworden was, maakte er een spel van om het onkruid in de lucht te gooien, rond te rennen en rond te dansen. Ik mopperde op haar en toen ze niet ophield, schreeuwde ik tegen haar dat ze ermee moest ophouden, waarop ze me even aankeek en wegliep. Toen kwam ze terug en zei: Papa, misschien heb je het niet gemerkt, maar voordat ik vijf werd, huilde en zeurde ik over van alles. Vanaf mijn derde tot mijn vijfde heb ik dat gedaan, en toen ik vijf werd heb ik besloten om daarmee op te houden. Dat was het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan, en het is me gelukt! En als ik kan ophouden met huilen en zeuren, dan kan jij ophouden met mopperen.

Dat zijn dochter dit zei was echt een eyeopener voor Seligman. De afgelopen 50 jaar was hij soms zonder reden chagrijnig. En op het moment dat zijn dochter dit vertelde, besefte hij dat de opvoeding van zijn dochter vooral moest gaan over hoe hij haar het beste kan stimuleren. Dit door te benoemen wat wel goed gaat in plaats wat niet goed gaat en het ontplooien van haar sterkte kanten. Hij besefte dat het zo ook moest gaan in de psychologie; niet alleen kijken naar iemand zwaktes of wat die persoon ongelukkig maakt, maar ook kijken naar wat iemand wel gelukkig maakt. En het Nikki-principe was geboren. Het werd zijn missie om positieve psychologie op de kaart te zetten.

Een onderdeel van de positieve psychologie is dus kijken naar de sterke kanten van een persoon. Wanneer iemand een probleem ervaart, zit degene vaak vast in het probleem. Ervaar jij een probleem, dan kun je kijken naar wat wel goed gaat in het dagelijkse leven (buiten het probleem om) of kijken naar je sterke kanten om uit het probleem te komen. Je vraagt jezelf dus niet af wat er mis is, maar wat gaat er goed of wat heb ik nodig?

 

systeem 1 en 2

Een snelkoppeling in je brein houdt je gemakkelijk voor de gek

Waren we voorheen van mening dat mensen voornamelijk rationele beslissingen maakten, door het werk van onder andere nobelprijswinnaar Daniel Kahneman weten we inmiddels wel beter. Hij laat door gebruik van jarenlang bewezen onderzoek zien dat we vaak keuzes maken die grotendeels worden bepaald door impulsen, oerinstincten en onbewuste beweegredenen.

In zijn boek ‘Ons feilbare denken’ vertelt hij dat we onze hersenen heel simpel kunnen verdelen in 2 systemen.

Systeem 1

Systeem 1 is onze automatische piloot. Systeem 1 heeft ons vanuit de evolutie geholpen, met bijvoorbeeld afstand inschatten. Onze verre voorouders moesten voortdurend alert zijn en er was overal gevaar. Wanneer ze een tijger zagen aankomen, was er geen tijd om na te denken maar moest er direct gevlucht worden.

Systeem 1 kan functioneren, zonder dat je je er bewust van bent. Het zorgt er in ieder geval voor dat je dagelijkse dingen kan doen zonder dat je er diep over hoeft na te denken. Denk hierbij aan gewoontes, gevoelens en simpele sommen als 1 plus 1. Systeem 1 werkt snel, gaat automatisch, maar is vaak onnauwkeurig.  Bij ongeveer 95 procent van onze beslissingen gebruiken we systeem 1. Ik noem dit systeem ook de snelkoppeling van je brein. Het nadeel van deze ‘snelkoppeling’ is dat er veel fouten in worden gemaakt. Zeker als we moe zijn krijgt systeem 1 de overhand.

 

Systeem 2

Dan hebben we systeem 2. Dit is ons weloverwogen en bewuste systeem. Dit systeem werkt trager en komt pas als tweede aan de beurt. Je gebruikt deze om je aandacht ergens bewust op te richten, dus bijvoorbeeld als je een probleem wil oplossen, een moeilijke rekensom wil maken en nieuwe dingen leert. Een nadeel van dit systeem is dat het veel energie kost. Ongeveer 5 procent van onze beslissingen gebeurt in systeem 2.

Ook gebeurt het dat een taak van systeem 2 naar systeem 1 gaat. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de eerste keer dat je leerde fietsen. Daar moest je veel aandacht bij hebben (systeem 2). Nu gaat het moeiteloos. Dus is het van systeem 2 naar 1 gegaan.

 

Hoe werkt het nu?

Systeem 1 en 2 zijn eigenlijk een soort wisselwerking.

We denken dat de keuzes die we maken grotendeels zijn gebaseerd op de juiste informatie. Dat we altijd ‘in control’ zijn. Maar dat is vaak niet zo. Systeem 1 – ons onbewuste brein – is de baas.

Via systeem 1 wordt alles wat we ervaren gefilterd. Dat gaat via het zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Veel gaat automatisch, dat kunnen we nooit bewust verwerken omdat het om een gigantische hoeveelheid informatie gaat per dag. Om die informatie razendsnel te verwerken, zonder dat we gek worden, maakt dit systeem gebruik van oerinstincten, heuristieken (vuistregels) en emoties. Je voelt je ergens direct wel of niet prettig bij. Systeem 2 kun je meer zien als degene die een oogje in het zeil houdt.

Kahneman maakt een vergelijking van de verslaggevers en de eindredacteuren. Systeem 1 kan je dan zien als de verslaggever, die doet gewoon zijn werk. En systeem 2 zijn de eindredacteuren die worden ingezet om kritisch te zijn en kanttekeningen te plaatsen.

Maar zoals ik al eerder zei maken we 95 procent van de beslissingen op basis van het onbewuste, snelle, automatische brein, zonder dat systeem 2 er echt aan te pas komt. Systeem 2 is liever lui dan moe en gaat er in de meeste gevallen van uit dat systeem 1 gelijk heeft. Dus maken we nog best veel fouten.

 

website aanpassen

Hoe meer verkopen met je website?

Daar is ‘ie dan, je website. Je websitebouwer heeft een mooie website opgeleverd en jij bent enkele honderden tot duizenden euro’s kwijt. Je had verwacht dat nu jouw prachtige website er eenmaal staat dat de bezoekers ervan zelf wel zouden komen. Of je ziet wel dat er steeds meer bezoekers komen, maar je haalt er geen klanten uit. Zonde natuurlijk, want wat heb je aan bezoekers als ze uiteindelijk weer weggaan? De bedoeling is natuurlijk dat jouw bezoekers klanten worden. Het is van groot belang dat jij jouw website optimaal inricht om zoveel mogelijk conversies te generen. Een conversie betekent het behalen van een vooraf ingesteld doel. In het geval van een website kan dit zijn: inschrijvingen voor jouw nieuwsbrief, het invullen van een contactformulier, het aanvragen van een offerte of het starten van een chatgesprek. In deze blog ga ik het met je hebben over hoe je van bezoekers klanten kan maken. Hieronder 8 tips:

Tip 1: 3 seconden regel

De eerste indruk maak je maar één keer. Gemiddeld heb je maar drie seconden om online iemands aandacht te pakken. Een bezoeker op je website neemt binnen drie seconden de beslissing of hij op je website blijft of toch weer weggaat. Begin daarom nooit met ‘welkom’. Los van het feit dat dit voor SEO niet handig is, verpest je met de eerste zin ook al een seconde van de drie seconden. Begin daarom direct met een knallende of aansprekende openingszin. Ben je loopbaancoach, dan zou je kunnen beginnen met: Ga jij ook elke dag met tegenzin naar je werk? Wanneer iemand zich aangesproken voelt, is de kans groter dat die persoon door blijft lezen. Hoe kun je zorgen dat je bezoekers op je website blijven en hopelijk op den duur klant worden? Jouw conversiegraad kun je verhogen met behulp van de onderstaande tips:

Tip 2: Het oog wil ook wat

Hoe ‘oppervlakkig’ het ook klinkt, het oog wil ook wat. Je kijkt toch als eerste naar de uitstraling van een bedrijf. Spreken de kleuren mij wel aan? Hoe is de vormgeving? Is het een betrouwbaar bedrijf? Vooral kleuren zijn heel erg belangrijk. Het kan dus verstandig zijn om na te denken welke kleuren jij voor je website gebruikt en of de kleuren die je nu hebt wel de kleuren zijn die jouw doelgroep aanspreekt. Aangeraden wordt om niet te veel kleuren te gebruiken.

Tip 3: Mooie foto’s

Een afbeelding zegt soms meer dan 1000 woorden. Mooie foto’s kun je laten maken bij een fotograaf. Heb je nog geen professionele foto’s, dan mag je ook rechtenvrije foto’s gebruiken. Kijk dan vooral bij afbeeldingen met de zogeheten CCO licentie, je mag namelijk de afbeeldingen gratis gebruiken, er wijzingen in aanbrengen en naamsvermelding is niet nodig. Gratis foto’s voor je website kun je halen van //pixabay.com/, gratisography.com (voor gekke foto’s), jeshoots.com, unsplash.com, //stokpic.com/, stocksnap.io,  //www.splitshire.com/ en //foodiesfeed.com/, www.realisticshots.com.

TIP 4: Tagline

De bezoeker wil direct op een website kunnen zien waar het over gaat.  Met een tagline of slogan onder je logo weten ze waar je website over gaat en weten ze direct of ze goed zitten. Zorg voor een goede tagline, het liefst iets simpels, korts en concreets. Bijvoorbeeld: Groei door (LOI), Steeds verassend, altijd voordelig (Kruidvat). Ben je een gewichtsconsulent, dan zou een tagline kunnen zijn: Emotie-eten de baas. Heb je nog geen tagline? Vertel dan op de homepage helder waarvoor ze bij jou kunnen zijn. Zie tip 1.

Tip 5: Gebruik geen slider

Veel bezoekers komen op je homepage binnen. Vertel op de homepage dan ook waarvoor ze bij jou terecht kunnen en gebruik geen slider. Een slider neemt te veel ruimte in en duwt je teksten naar beneden waardoor ze voor Google minder waarde hebben. Daarnaast zijn sliders vaak traag en is het statistisch bewezen dat slechts 1 procent van de bezoekers erop klikt. Zonde om te gebruiken dus.

Tip 6: Kort contactformulier

Houd het contactformulier op je website zo kort mogelijk. Heb je op je website een contactformulier of aanmeldformulier, ga dan in eerste instantie niet overbodig veel vragen. Vraag alleen naar een naam en mailadres. De rest van je vragen kun je altijd later nog eens stellen, bijvoorbeeld tijdens een kennismakingsgesprek. Tenzij het echt moet, is het niet aan te raden om te vragen naar geboortejaar, geboorteplaats, adresgegevens, e.d.

Tip 7: Elke pagina een call-to-action

Een call-to-action is een oproep tot actie. Je vraagt je bezoekers om iets te doen, actie te ondernemen, zoals ‘download een gratis e-book’, ‘neem contact op’, ‘bekijk hier je aanbieding’, ‘pak je voordeel’. Dat kan versterkt worden met een call-to-action button. Let wel op je taal en zeg niet ‘KOOP hier’. Men vindt het woord ‘koop’ niet prettig. Plaats bijvoorbeeld een button ‘JA, ik doe mee’. En houd het per pagina op één call-to-action.   Uit onderzoek blijkt dat wanneer er een call-to-action voorkomt op je website, maar liefst 72 procent van de bezoekers doorklikt. Een reden dus om het te plaatsen. Wat kun je nu vermelden in deze button? In ieder geval niet ‘klik hier’, iedereen snapt dat je op een button of link moet klikken. Wees zo kort en precies mogelijk. De beste buttons hebben een werkwoord en creëren urgentie. Door urgentie te creëren, geef je de potentiële klant een duwtje in de rug bij het nemen van een beslissing. Iemand is nu op jouw site, dus actie is snel geboden. Je weet immers niet of en wanneer iemand weer op de site komt kijken.

Tip 8: Testimonials

Zorg dat er op je site testimonials te vinden zijn. Voordat iemand contact met je opneemt of jouw dienst wil kopen, wil hij vertrouwen krijgen. Vertrouwen dat jouw bedrijf de beste plek is waar hij kan zijn. Door ervaringen te plaatsen, krijgen jouw potentiële klanten het idee dat ze bij jou moeten zijn. Probeer bij elke nieuwe klant na afloop van jouw dienst te vragen of ze iets over jouw dienst wil zeggen. Een goede testimonial bestaat onder andere uit een omschrijving die de resultaten van jouw klant dankzij jouw dienst heeft behaald. Bijvoorbeeld als je gewichtsconsulent bent: X is zoveel kilo’s afgevallen, voelt zich fitter, etc.  En, pas jij deze tips als toe? Of heb jij zelf nog meer tips? Laat het mij hieronder dan weten.

nieuwe doelen stellen

Inzichten uit de neuropsychologie; zo haal je je doel wel.

doelen halenJouw doel

Je hebt een nieuw doel gesteld. Bijvoorbeeld; je wil afvallen, stoppen met roken, meer bewegen, etc. Je begint met goede moed, maar langzaam komt de klad erin. Je hebt weer toegegeven en rookt toch weer een sigaretje. Of na weken elke dag wandelen, zitten je wandelschoenen na maanden weer stof te vergaren. Of je wil minderen met het gebruik van je smartphone, maar toch blijft die telefoon maar aan je hand vastgeplakt en reageer je toch weer op elk inkomend bliepje. Hoe komt het? Heeft het te maken met een gebrek aan wilskracht? Of is er iets anders aan de hand?

Jouw brein

Om wat meer inzicht te krijgen in je gedrag, vertel ik in het kort hoe je brein werkt. Voor het gemak deel ik onze hersenen in twee helften; het oudere brein en het nieuwe brein. Het nieuwe brein bevat jouw prefrontale cortex. Dit is evolutionair gezien het jongste systeem van het brein dat we gebruiken om goed te plannen voor in de toekomst en onder andere om verleidingen te weerstaan. Kortom, dit stukje van je brein zorgt dat je verstandige beslissingen maakt. Ook gebruiken we dit brein om de impulsen van het oudere brein te weerstaan. De evolutionaire oudere structuren van onze hersenen reageren vaak op elk impuls dat er binnen komt en om te genieten van elk genot.

Lekker sigaretje roken na het eten, de hele avond languit op de bank blijven liggen om netflixen, de volle zak chips leegeten, urenlang scrollen door je timeline op Instagram, etc.: Dit is allemaal de ‘schuld’ van je oudere brein. Er is als het ware constant een strijd aan de gang tussen het oude brein en het nieuwe brein die juist de beste keuze wil maken voor de toekomst.  Daarom kan het soms gebeuren dat je weet dat iets niet verstandig is, maar dat je het toch doet. En daarom is het realiseren van je doelen soms echt zo ontzettend moeilijk.

Wat het ook lastig maakt, is dat we in de huidige maatschappij constant verleidingen krijgen aangeboden. Overal liggen lekkere dingen op ons te wachten en de informatie die je per dag leest is ongeveer gelijk aan 174 kranten. Constant is je brein aan het filteren wat interessant is en wat niet. Dit zorgt ervoor dat je nieuwe brein moe wordt waardoor het oudere brein het toch weer ‘wint’, want je oude hersennetwerken zeggen dat je toch best wel een wijntje hebt verdiend na een lange dag werken.  Het oude brein gaat voor kortetermijngeluk.

Natuurlijk is daar soms niets mis mee, maar wel als je daarmee op langere termijn je doel niet behaald, omdat je constant voor je kortetermijngeluk gaat.

Maar hoe haal je nu wel je doel? De bedoeling is dat je je prefrontale cortex gaat trainen. Je gaat deze als het ware sterker maken, waardoor je het oudere brein makkelijker kan overmeesteren.

Je kunt dus je oude patronen en impulsen, automatisch tegengaan. Dat vergt heel veel training, maar is wel mogelijk. Dit heeft alles te maken met de plasticiteit van ons brein. Onze hersenen maken voortdurend nieuwe cellen en verbindingen aan tussen onze cellen. Alles wat je meemaakt, denkt, voelt en doet, vormt je hersenen. Je bent als het ware constant in ontwikkeling.

Dit zorgt ervoor dat je nieuwe dingen – ook op latere leeftijd – kan leren, zoals piano spelen, je kan assertiever worden, maar ook sportiever worden en noem maar op.

 

Praktische tips om je doel nu wel te gaan halen.

1.Maak een plan. Stel als eerst een haalbaar doel. Houd je aan het SMART-principe. Je doel is dan Specifiek (je weet wat precies je doel is), Meetbaar (het is uit te drukken in cijfers), Acceptabel (het gaat niet tegen regels en wetten in), Realistisch (het is een haalbaar doel) en Tijdsgebonden (je hebt een begin- en einddatum).

Dus niet: ik wil weer gaan hardlopen maar wel: op 14 februari wil ik graag 7 km achterelkaar kunnen lopen.

2. Zorg er ook altijd voor dat je doelen positief formuleert. Onze hersenen kunnen het woord ‘niet’ niet verwerken. Als ik nu aan je vraag of je NIET aan een roze olifant wil denken, dan weet ik al waar je nu aan denkt.

Dus niet: ik wil niet elk uur op mijn telefoon kijken, maar wel: ik leg om de 2 uur mijn telefoon even weg.

3. Benoem de voordelen; waarom wil je jouw doel behalen? Het is toch makkelijker om jouw doel te behalen als je weet waarvoor je het wil doen. Minderen met je smartphone kan zorgen dat je meer tijd hebt voor je gezin. Afvallen kan zorgen voor een betere conditie. Schrijf deze voordelen ook ergens op, zodat wanneer je op een moeilijk punt komt het makkelijker is om toch de voordelen te blijven inzien.

4. Krijg inzicht wanneer je het lastig vindt om je doel te bereiken. Is dat vaak in de avond wanneer je moe bent? Bij sommige doelen kan het zijn dat het goed is om ook te kijken naar afleiding. Bijvoorbeeld bij eetdrang kun je alvast voorbereiden welke afleiding kan helpen als je het moeilijk hebt. Heb je heel erg trek in de late avond? Ga dan eens vroeg naar bed.

5. Bouw langzaam jouw doel op. Vaak zie ik dat mensen ineens te streng zijn voor zichzelf. Van niet sporten, naar ineens 5 keer in de week sporten. De kans is dan groot dat je je doel niet behaald. Dus ook niet een streng doel als; doordeweeks mag ik tot 17:00 uur niet meer op mijn smartphone zitten. Je kunt er dan beter voor kiezen om af en toe je telefoon weg te leggen. En elke keer als je een impuls krijgt om toch je telefoon te pakken, om het dan 5 minuten langer uit te stellen.

6. Word fitter. Ons nieuwe brein – die het behalen van jouw doelen remt – werkt minder als we moe zijn. Bedenk daarom dingen waar jij energie van krijgt.

7. Geef jezelf complimentjes. Dit is iets wat we vaak vergeten, maar zo belangrijk. Zeg dat je goed bezig bent. Door te focussen op wat wel goed gaat, krijg je minder oog voor wat er verkeerd gaat. Vaak is het met een behalen van een doel toch twee stappen vooruit, een stap achter, dan weer twee stappen vooruit en dan weer een achteruit.

 

Stap voor stap op weg naar je doel.

 

Hoe geef je aan wat je wil?

Aangeven wat je wil

Heb je een gebrek aan zelfvertrouwen, dan is het vaak nog een tikkeltje lastiger om duidelijker aan te geven wat jij wilt. Je kunt gedachten hebben als: ‘is mijn vraag wel belangrijk genoeg’, ‘wil ik dit eigenlijk wel echt’ of ‘straks zegt diegene nee en word ik afgewezen’. In deze blog wil ik het graag met je over hebben hoe je op een goede manier kan aangeven wat jij wilt.

Behoeftes

Voordat je aangeeft wat je wil, kan het best goed zijn om stil te staan bij hetgeen waar jij echt behoefte aan hebt. Stel jij wilt aangeven wat de prijs van de offerte is. Maar je twijfelt nog. Is de prijs niet veel te hoog of juist te laag? Kijk dan naar wat jouw behoefte is. Is het een leuke opdracht waarbij je juist de uitdaging erin ziet, dan kan de opdracht weer anders geprijsd zijn dan een opdracht waarmee je juist vrijheid voor jezelf wilt creëren. Voorbeelden van enkele behoeftes; Aandacht, erkenning, ruimte, zorg, vrijheid, uitdaging, waardering, vooruitgang, contact, erbij willen horen, aanmoediging, betrokkenheid, goedkeuring, steun, veiligheid, geruststelling, acceptatie, orde, begrip.

Geen verkleinwoordjes

Wil je meer klanten of duidelijker zijn naar klanten dan is het gebruik van verkleinwoordjes, zoals bedrijfje, ideetje, collegaatje e.d., helemaal niet handig. Men kan je daardoor minder serieus nemen. Wil je echt duidelijk en krachtig aangeven wat je wil, dan kan je ook beter de woorden eigenlijk, misschien en eventueel achterwege laten.

Wat wil je wel

Als je goed oplet, zie je dat mensen vaak vertellen wat ze niet willen. Ik wil niet lang vergaderen, ik wil niet dat het huishouden zo rommelig is, ik wil niet te vroeg beginnen met werken, etc. Veel duidelijker is om aan te geven wat je wel wilt; kom met oplossingen of met een duidelijk verzoek. Daarnaast hebben onze hersenen moeite met het woordje ‘niet’. Het woordje niet kunnen ze moeilijk verwerken. Stel jij krijgt de opdracht om nu NIET aan taarten te denken. Wat gebeurt er dan? Juist dan ga je nu aan taarten denken.

Niet te veel maren

Het kan gebeuren dat wanneer je het woord maar gebruikt, hetgeen wat je voor maar zei niet meer wordt gehoord. Men is vooral benieuwd naar wat er na die maar komt. Wil je echt iets duidelijk maken, wees dan zuinig met het woord maar.

Waarom daarom

Kinderen kunnen eindeloos het woord waarom gebruiken. Waarom dit, waarom dat? Als ouder kun je daar best moe van worden. Waarom eindigt dan met daarom. Ook bij volwassenen kan het woord waarom weerstand oproepen bij de ander. Misschien wordt er dan niet letterlijk daarom op geantwoord, maar de kans is groot dat die persoon zijn voeten in het zand zet. Als je de zin begint met ‘hoe komt het dat…’ zal je zien dat er veel meer ruimte is voor overleg.

Ik

Probeer het voor jezelf te houden als je een vraag of verzoek hebt. Ook het woord jij roept weerstand op; jij moet dit, jij kan toch wel. ‘ik zou graag willen dat…’ komt al veel beter over.

Niet te veel

Zorg dat je vraag of verzoek niet te veel is. Drie vragen in een keer stellen is simpelweg te veel. Beter is het om 1 vraag per keer te stellen. Houd het simpel. Eventueel kan je er nog bij vertellen waarom je iets vraagt.

Assertieve lichaamstaal

Ook de manier hoe je overkomt, maakt de kans groter dat het duidelijk is wat je wilt. Kijk de ander aan, sta rechtop en praat duidelijk en hoorbaar. Vind jij het lastig om aan te geven wat je wilt?

zelfvertrouwen ondernemers

Ben jij bang om door de mand te vallen?

Heb jij last van het oplichterssyndroom?

Jij bent de expert in jouw vak, daarom ben je met jouw bedrijf begonnen. In gesprek met een potentiële klant straal je rust uit, zelfvertrouwen en weet jij met jouw kennis en ervaring de problemen van je klant te doorzien en samen aan een oplossing te werken. Je stelt de vragen die leiden naar inzichten en soms zelfs een mooie doorbraak.

Het is geweldig om zo te mogen bijdragen aan de persoonlijke of zakelijke groei van jouw klant. Maar voor hoe lang nog? Wanneer komt jouw klant erachter dat je eigenlijk helemaal niet de expert bent? Wat doe je als blijkt dat jij dit niet kan?

Wanneer val ik door de mand?

Een angstaanjagende gedachte waar jij regelmatig s ’nachts van wakker ligt is: Wanneer val ik door de mand? Dit is een bekend fenomeen bij veel vrouwelijke ondernemers. Zeker wanneer je een intelligente persoon bent die leunt op haar kennis en expertise, kan dit oplichterssyndroom je flink dwarszitten. Zelfs als je vol zelfvertrouwen je werk doet kan een klein stemmetje je aan het wankelen brengen. Je gaat ondanks je zelfverzekerdheid twijfelen aan jezelf, maar waarom?

Hoogopgeleide vrouwen

Het kan goed zijn dat jij je hierin herkent en dat jij ook last hebt van het ‘imposter syndrome’ of oplichtersyndroom. Het is een verschijnsel dat we veelal zien bij hoogopgeleide vrouwen die ondanks hun succes, complimenten en status bang zijn om binnenkort door de mand te vallen. Het is geen officiële stoornis, maar er wordt veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan om te ontdekken hoe dit ontstaat en wat je ertegen kunt doen.

Herken je dit?

Je bent niet iemand die opstaat in een groep en zegt “Ja ik ben een oplichter”, het is veel subtieler dan dat. Het is bijvoorbeeld dat stemmetje in je hoofd dat na een leuke presentatie zegt: “De volgende keer ga je af als een gieter”. Of als je een artikel publiceert schiet de gedachte door je heen: “Dit vindt niemand interessant. Wie wil dit lezen? Hoe zal ze mij vertrouwen om samen te werken?”

Het kan zijn dat jij je eigen kennis en kunde onderschat. In dit geval denk je dat iedereen dat kan wat jij kunt. Gedachtes die hierbij horen zijn: “Waarom zou zij mij betalen om dit probleem aan te pakken. Er zijn 10 anderen die dat veel beter kunnen.” Maar ook, “Straks geef ik een heel slecht advies en word ik niet langer serieus genomen”.

Of dat waar is kan niemand je vertellen, behalve jijzelf.

Wat kun je zelf doen?

De oorzaak van dit syndroom ligt niet direct bij een laag zelfvertrouwen. Het is wel een onzekerheid die grote gevolgen kan hebben voor jou als persoon. Stressklachten kunnen een gevolg zijn van de angst om te falen in de ogen van de ander. Je hebt niet het vertrouwen om te gaan staan voor je eigen kennis en daarmee ondermijn je vooral jezelf. Hierna deel ik een aantal tips die jij kunt toepassen om dit oplichtersyndroom een halt toe te roepen.

 

Tip 1: Zie de angst onder ogen

Wat kun je doen om de gevoelens dat jij door de mand valt te verminderen? Door je angst onder ogen te zien en te erkennen of dit terecht is of niet. Durf er tegenin te gaan en tegenargumenten te verzamelen waarom jij geen oplichter bent maar echt de expert op jouw vakgebied. Dit zal niet in één keer lukken. Na een paar keer jezelf hiermee confronteren merk je dat het gevoel minder wordt.

Tip 2: Schrijf het van je af

Door op te schrijven wat je voelt, wat de situatie is en hoe jij hierop reageert krijg je meer inzicht in wat dit syndroom precies met je doet. Dit kun je doen in een notitieboekje, of in een document op je pc. Het belangrijkste is dat je gaat schrijven. Het kan erg confronterend zijn om je gedachten zo op papier te zetten, maar je hoeft het dan ook met niemand te delen. Je doel is om je angst onder ogen te zien en schrijven helpt daarbij.

Tip 3: Positieve feedback verzamelen

Wanneer je een compliment krijgt of een leuke review, schrijf deze dan op in een boekje met positieve feedback. Op het moment dat jij dan twijfelt aan jezelf en aan je kunnen, kun je dit boekje doorbladeren en de positieve woorden tot je door laten dringen.

Duw dat negatieve stemmetje de deur uit en vertrouw op de positieve reacties van mensen met wie je hebt samengewerkt. Luister nog eens naar de woorden van vrienden of familie die zien wat jij doet en kunt. Je roept nu een positief gevoel op, dit helpt je om je angst om door de mand te vallen te verminderen.

De volgende stap

Ben je klaar met valse bescheidenheid en jezelf klein houden? Ben je klaar met jezelf op de kop te zitten en enorme stress te ervaren over dat jij niet de juiste persoon bent voor de klus?

Mooi, dan ben je klaar met het oplichtersyndroom. Het is niet zo dat je van de ene op de andere dag je gedrag kunt veranderen en geen last meer hebt van dat negatieve stemmetje of de gevoelens die erbij horen. Wel kun je er iedere dag bewust van zijn dat je dit jezelf aandoet en dat je er ook mee mag stoppen.

Dit moet je weten voordat je je manuscript opstuurt! 7 tips!

Je eigen geschreven boek

Welke ondernemer droomt daar nou niet van? Je eigen geschreven boek in de boekenwinkel. Anno nu hoeft het uitgeven geen probleem meer te zijn. Je kunt het uitgeven via een kleine uitgeverij of ervoor kiezen om het zelf uit te geven. Maar toch willen de meeste aspirant schrijvers hun boek uitgeven bij de grote uitgeverijen. De kans dat jouw boek dan gelezen wordt door meer mensen is dan aanzienlijk groter, want die uitgeverijen hebben toch een groter marketingbudget. De eerste waar de redacteur van een uitgever naar kan kijken is jouw manuscript en de begeleide brief. Alleen één probleempje, de bekende uitgeverijen krijgen ook wekelijks stapels manuscripten aangeleverd. En de meeste, zeg maar tussen de 85 en 99% van de manuscripten, gaan regelrecht de prullenbak in. Nou dat is ook niet helemaal waar; sommige uitgeverijen geven er nog een uitgebreide brief bij waarom jouw boek niet wordt uitgegeven. Maar hoe vergroot je jouw kansen nu dat jouw boek wel wordt uitgeven? Hoe zorg je voor een goed en opvallend manuscript. Hieronder 7 tips om op te vallen met je manuscript en je begeleide brief. Wie weet komen jouw dromen uit en ligt jouw debuut volgend jaar naast het boek van Saskia Noort.

Het boek moet iets opleveren

Voor een uitgever is het vooral van belang dat ze iets zien in jouw boek. Het moet echt een toegevoegde waarde hebben voor de uitgever en het belangrijkste is dat het ze wel iets moet opleveren, want ze willen het risico op falen logischerwijs verlagen. Zolang jij geen bekende Nederlander bent of een bekende schrijver is het voor een uitgeverij altijd een risico om een boek van met een ‘onbekend’ iemand uit te geven, want gaat het wel verkopen? Weinig mensen kennen je, terwijl een boek van Linda de Mol geen uitleg meer nodig heeft. Meld daarom direct in je begeleide brief iets waarmee je de aandacht trekt of wat opvalt, bijvoorbeeld uit de actualiteit. Is er net een landelijk onderzoek geweest waaruit blijkt dat er veel leraren thuiszitten met een burn-out dan kan dat voor jou een mooi aandachtspunt zijn als je een boek hebt geschreven over burn-outs bij onderwijspersoneel.

Type uitgeverij

Echt een hele belangrijke tip is om goed te kijken naar de uitgeverij. Wat is het voor soort uitgeverij? Zo is het niet verstandig om je manuscript van een thriller vanaf 18 plus te sturen naar een kinderboekenuitgeverij. Er zijn uitgeverijen met een specialisatie voor young adult en de ander geeft voornamelijk thrillers uit. Verdiep je dus eerst in de uitgeverij. Schrijf in je brief ook waarom je graag wil dat jouw boek wordt uitgegeven bij deze uitgeverij. Natuurlijk stuur je je manuscript naar meer uitgeverijen, maar toch is het belangrijk om per brief op te schrijven waarom je net voor die uitgeverij hebt gekozen.

Geen taalfouten

Waarschijnlijk een open deur, maar zorg ervoor dat de brief die je meestuurt bij je manuscript geen taalfouten bevat en/of geen niet-lopende zinnen heeft. Je wilt wel graag serieus genomen worden, laat het daarom dus altijd nakijken door iemand die er verstand van heeft.

Leer van anderen

Lees heel veel anderen boeken. Zeker de boeken in jouw genre. Kijk hoe het verhaal is opgebouwd; Hoe is zijn/haar schrijfstijl? Wat vertelt de auteur wel, wat niet? Etc. Lees dus aandachtig. Vertel enthousiast over je boek Een uitgeverij kijkt ook verder dan alleen je manuscript en later je boek. Kun jij zelf ook je boek verkopen tijdens interviews? Hoe is het met je communicatieve vaardigheden als je wordt geïnterviewd door een tijdschrift, de radio of op tv kan komen? Zorg daarom voor een enthousiaste brief, maar zorg er ook voor dat wanneer je wordt uitgenodigd aan de hand van de manuscript, dat je ook goed kan uitleggen waarom dit boek er moet komen.

Ervaring

Vertel ook in je brief welke schrijverservaring je hebt opgedaan. Heb je al eerder een boek uitgegeven? Heb je weleens een schrijfwedstijd gewonnen? Of misschien werk je al als redacteur of heb je al een eigen publiek op social media? Vermeld dan absoluut je website en/of social media kanalen erbij.

Binnenkomer

Uitgeverijen geven ook vaak aan dat wanneer je wordt getipt door een literair agent of iemand uit het schrijversvak dat je dan absoluut een streepje voor hebt. Zorg dus dat voordat je je manuscript opstuurt, dat je alvast contacten gaat leggen. Kom in contact met iemand waarvan je denkt dat die wat voor je kan betekenen. En dan nog de allerlaatste tip: lever je manuscript in zoals is aangegeven op de site. Ga het absoluut niet anders doen om ‘origineel’ te zijn. Ik weet zeker dat als je (sommige) tips uitvoert dat je dan meer kans hebt om niet in de prullenbak te belanden. Maar vat het niet persoonlijk op als je manuscript er niet door heen is gekomen. Het gebeurt soms ook dat de manuscript er wel goed uitziet, maar dat er onlangs al een boek is uitgegeven met hetzelfde thema als jouw boek en zo zijn er nog meer redenen die niets te maken hebben met jouw kwaliteiten. Voor nu alvast veel succes!