nieuwe doelen stellen

Inzichten uit de neuropsychologie; zo haal je je doel wel.

doelen halenJouw doel

Je hebt een nieuw doel gesteld. Bijvoorbeeld; je wil afvallen, stoppen met roken, meer bewegen, etc. Je begint met goede moed, maar langzaam komt de klad erin. Je hebt weer toegegeven en rookt toch weer een sigaretje. Of na weken elke dag wandelen, zitten je wandelschoenen na maanden weer stof te vergaren. Of je wil minderen met het gebruik van je smartphone, maar toch blijft die telefoon maar aan je hand vastgeplakt en reageer je toch weer op elk inkomend bliepje. Hoe komt het? Heeft het te maken met een gebrek aan wilskracht? Of is er iets anders aan de hand?

Jouw brein

Om wat meer inzicht te krijgen in je gedrag, vertel ik in het kort hoe je brein werkt. Voor het gemak deel ik onze hersenen in twee helften; het oudere brein en het nieuwe brein. Het nieuwe brein bevat jouw prefrontale cortex. Dit is evolutionair gezien het jongste systeem van het brein dat we gebruiken om goed te plannen voor in de toekomst en onder andere om verleidingen te weerstaan. Kortom, dit stukje van je brein zorgt dat je verstandige beslissingen maakt. Ook gebruiken we dit brein om de impulsen van het oudere brein te weerstaan. De evolutionaire oudere structuren van onze hersenen reageren vaak op elk impuls dat er binnen komt en om te genieten van elk genot.

Lekker sigaretje roken na het eten, de hele avond languit op de bank blijven liggen om netflixen, de volle zak chips leegeten, urenlang scrollen door je timeline op Instagram, etc.: Dit is allemaal de ‘schuld’ van je oudere brein. Er is als het ware constant een strijd aan de gang tussen het oude brein en het nieuwe brein die juist de beste keuze wil maken voor de toekomst.  Daarom kan het soms gebeuren dat je weet dat iets niet verstandig is, maar dat je het toch doet. En daarom is het realiseren van je doelen soms echt zo ontzettend moeilijk.

Wat het ook lastig maakt, is dat we in de huidige maatschappij constant verleidingen krijgen aangeboden. Overal liggen lekkere dingen op ons te wachten en de informatie die je per dag leest is ongeveer gelijk aan 174 kranten. Constant is je brein aan het filteren wat interessant is en wat niet. Dit zorgt ervoor dat je nieuwe brein moe wordt waardoor het oudere brein het toch weer ‘wint’, want je oude hersennetwerken zeggen dat je toch best wel een wijntje hebt verdiend na een lange dag werken.  Het oude brein gaat voor kortetermijngeluk.

Natuurlijk is daar soms niets mis mee, maar wel als je daarmee op langere termijn je doel niet behaald, omdat je constant voor je kortetermijngeluk gaat.

Maar hoe haal je nu wel je doel? De bedoeling is dat je je prefrontale cortex gaat trainen. Je gaat deze als het ware sterker maken, waardoor je het oudere brein makkelijker kan overmeesteren.

Je kunt dus je oude patronen en impulsen, automatisch tegengaan. Dat vergt heel veel training, maar is wel mogelijk. Dit heeft alles te maken met de plasticiteit van ons brein. Onze hersenen maken voortdurend nieuwe cellen en verbindingen aan tussen onze cellen. Alles wat je meemaakt, denkt, voelt en doet, vormt je hersenen. Je bent als het ware constant in ontwikkeling.

Dit zorgt ervoor dat je nieuwe dingen – ook op latere leeftijd – kan leren, zoals piano spelen, je kan assertiever worden, maar ook sportiever worden en noem maar op.

 

Praktische tips om je doel nu wel te gaan halen.

1.Maak een plan. Stel als eerst een haalbaar doel. Houd je aan het SMART-principe. Je doel is dan Specifiek (je weet wat precies je doel is), Meetbaar (het is uit te drukken in cijfers), Acceptabel (het gaat niet tegen regels en wetten in), Realistisch (het is een haalbaar doel) en Tijdsgebonden (je hebt een begin- en einddatum).

Dus niet: ik wil weer gaan hardlopen maar wel: op 14 februari wil ik graag 7 km achterelkaar kunnen lopen.

2. Zorg er ook altijd voor dat je doelen positief formuleert. Onze hersenen kunnen het woord ‘niet’ niet verwerken. Als ik nu aan je vraag of je NIET aan een roze olifant wil denken, dan weet ik al waar je nu aan denkt.

Dus niet: ik wil niet elk uur op mijn telefoon kijken, maar wel: ik leg om de 2 uur mijn telefoon even weg.

3. Benoem de voordelen; waarom wil je jouw doel behalen? Het is toch makkelijker om jouw doel te behalen als je weet waarvoor je het wil doen. Minderen met je smartphone kan zorgen dat je meer tijd hebt voor je gezin. Afvallen kan zorgen voor een betere conditie. Schrijf deze voordelen ook ergens op, zodat wanneer je op een moeilijk punt komt het makkelijker is om toch de voordelen te blijven inzien.

4. Krijg inzicht wanneer je het lastig vindt om je doel te bereiken. Is dat vaak in de avond wanneer je moe bent? Bij sommige doelen kan het zijn dat het goed is om ook te kijken naar afleiding. Bijvoorbeeld bij eetdrang kun je alvast voorbereiden welke afleiding kan helpen als je het moeilijk hebt. Heb je heel erg trek in de late avond? Ga dan eens vroeg naar bed.

5. Bouw langzaam jouw doel op. Vaak zie ik dat mensen ineens te streng zijn voor zichzelf. Van niet sporten, naar ineens 5 keer in de week sporten. De kans is dan groot dat je je doel niet behaald. Dus ook niet een streng doel als; doordeweeks mag ik tot 17:00 uur niet meer op mijn smartphone zitten. Je kunt er dan beter voor kiezen om af en toe je telefoon weg te leggen. En elke keer als je een impuls krijgt om toch je telefoon te pakken, om het dan 5 minuten langer uit te stellen.

6. Word fitter. Ons nieuwe brein – die het behalen van jouw doelen remt – werkt minder als we moe zijn. Bedenk daarom dingen waar jij energie van krijgt.

7. Geef jezelf complimentjes. Dit is iets wat we vaak vergeten, maar zo belangrijk. Zeg dat je goed bezig bent. Door te focussen op wat wel goed gaat, krijg je minder oog voor wat er verkeerd gaat. Vaak is het met een behalen van een doel toch twee stappen vooruit, een stap achter, dan weer twee stappen vooruit en dan weer een achteruit.

 

Stap voor stap op weg naar je doel.

 

Hoe geef je aan wat je wil?

Aangeven wat je wil

Heb je een gebrek aan zelfvertrouwen, dan is het vaak nog een tikkeltje lastiger om duidelijker aan te geven wat jij wilt. Je kunt gedachten hebben als: ‘is mijn vraag wel belangrijk genoeg’, ‘wil ik dit eigenlijk wel echt’ of ‘straks zegt diegene nee en word ik afgewezen’. In deze blog wil ik het graag met je over hebben hoe je op een goede manier kan aangeven wat jij wilt.

Behoeftes

Voordat je aangeeft wat je wil, kan het best goed zijn om stil te staan bij hetgeen waar jij echt behoefte aan hebt. Stel jij wilt aangeven wat de prijs van de offerte is. Maar je twijfelt nog. Is de prijs niet veel te hoog of juist te laag? Kijk dan naar wat jouw behoefte is. Is het een leuke opdracht waarbij je juist de uitdaging erin ziet, dan kan de opdracht weer anders geprijsd zijn dan een opdracht waarmee je juist vrijheid voor jezelf wilt creëren. Voorbeelden van enkele behoeftes; Aandacht, erkenning, ruimte, zorg, vrijheid, uitdaging, waardering, vooruitgang, contact, erbij willen horen, aanmoediging, betrokkenheid, goedkeuring, steun, veiligheid, geruststelling, acceptatie, orde, begrip.

Geen verkleinwoordjes

Wil je meer klanten of duidelijker zijn naar klanten dan is het gebruik van verkleinwoordjes, zoals bedrijfje, ideetje, collegaatje e.d., helemaal niet handig. Men kan je daardoor minder serieus nemen. Wil je echt duidelijk en krachtig aangeven wat je wil, dan kan je ook beter de woorden eigenlijk, misschien en eventueel achterwege laten.

Wat wil je wel

Als je goed oplet, zie je dat mensen vaak vertellen wat ze niet willen. Ik wil niet lang vergaderen, ik wil niet dat het huishouden zo rommelig is, ik wil niet te vroeg beginnen met werken, etc. Veel duidelijker is om aan te geven wat je wel wilt; kom met oplossingen of met een duidelijk verzoek. Daarnaast hebben onze hersenen moeite met het woordje ‘niet’. Het woordje niet kunnen ze moeilijk verwerken. Stel jij krijgt de opdracht om nu NIET aan taarten te denken. Wat gebeurt er dan? Juist dan ga je nu aan taarten denken.

Niet te veel maren

Het kan gebeuren dat wanneer je het woord maar gebruikt, hetgeen wat je voor maar zei niet meer wordt gehoord. Men is vooral benieuwd naar wat er na die maar komt. Wil je echt iets duidelijk maken, wees dan zuinig met het woord maar.

Waarom daarom

Kinderen kunnen eindeloos het woord waarom gebruiken. Waarom dit, waarom dat? Als ouder kun je daar best moe van worden. Waarom eindigt dan met daarom. Ook bij volwassenen kan het woord waarom weerstand oproepen bij de ander. Misschien wordt er dan niet letterlijk daarom op geantwoord, maar de kans is groot dat die persoon zijn voeten in het zand zet. Als je de zin begint met ‘hoe komt het dat…’ zal je zien dat er veel meer ruimte is voor overleg.

Ik

Probeer het voor jezelf te houden als je een vraag of verzoek hebt. Ook het woord jij roept weerstand op; jij moet dit, jij kan toch wel. ‘ik zou graag willen dat…’ komt al veel beter over.

Niet te veel

Zorg dat je vraag of verzoek niet te veel is. Drie vragen in een keer stellen is simpelweg te veel. Beter is het om 1 vraag per keer te stellen. Houd het simpel. Eventueel kan je er nog bij vertellen waarom je iets vraagt.

Assertieve lichaamstaal

Ook de manier hoe je overkomt, maakt de kans groter dat het duidelijk is wat je wilt. Kijk de ander aan, sta rechtop en praat duidelijk en hoorbaar. Vind jij het lastig om aan te geven wat je wilt?

zelfvertrouwen ondernemers

Ben jij bang om door de mand te vallen?

Heb jij last van het oplichterssyndroom?

Jij bent de expert in jouw vak, daarom ben je met jouw bedrijf begonnen. In gesprek met een potentiële klant straal je rust uit, zelfvertrouwen en weet jij met jouw kennis en ervaring de problemen van je klant te doorzien en samen aan een oplossing te werken. Je stelt de vragen die leiden naar inzichten en soms zelfs een mooie doorbraak.

Het is geweldig om zo te mogen bijdragen aan de persoonlijke of zakelijke groei van jouw klant. Maar voor hoe lang nog? Wanneer komt jouw klant erachter dat je eigenlijk helemaal niet de expert bent? Wat doe je als blijkt dat jij dit niet kan?

Wanneer val ik door de mand?

Een angstaanjagende gedachte waar jij regelmatig s ’nachts van wakker ligt is: Wanneer val ik door de mand? Dit is een bekend fenomeen bij veel vrouwelijke ondernemers. Zeker wanneer je een intelligente persoon bent die leunt op haar kennis en expertise, kan dit oplichterssyndroom je flink dwarszitten. Zelfs als je vol zelfvertrouwen je werk doet kan een klein stemmetje je aan het wankelen brengen. Je gaat ondanks je zelfverzekerdheid twijfelen aan jezelf, maar waarom?

Hoogopgeleide vrouwen

Het kan goed zijn dat jij je hierin herkent en dat jij ook last hebt van het ‘imposter syndrome’ of oplichtersyndroom. Het is een verschijnsel dat we veelal zien bij hoogopgeleide vrouwen die ondanks hun succes, complimenten en status bang zijn om binnenkort door de mand te vallen. Het is geen officiële stoornis, maar er wordt veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan om te ontdekken hoe dit ontstaat en wat je ertegen kunt doen.

Herken je dit?

Je bent niet iemand die opstaat in een groep en zegt “Ja ik ben een oplichter”, het is veel subtieler dan dat. Het is bijvoorbeeld dat stemmetje in je hoofd dat na een leuke presentatie zegt: “De volgende keer ga je af als een gieter”. Of als je een artikel publiceert schiet de gedachte door je heen: “Dit vindt niemand interessant. Wie wil dit lezen? Hoe zal ze mij vertrouwen om samen te werken?”

Het kan zijn dat jij je eigen kennis en kunde onderschat. In dit geval denk je dat iedereen dat kan wat jij kunt. Gedachtes die hierbij horen zijn: “Waarom zou zij mij betalen om dit probleem aan te pakken. Er zijn 10 anderen die dat veel beter kunnen.” Maar ook, “Straks geef ik een heel slecht advies en word ik niet langer serieus genomen”.

Of dat waar is kan niemand je vertellen, behalve jijzelf.

Wat kun je zelf doen?

De oorzaak van dit syndroom ligt niet direct bij een laag zelfvertrouwen. Het is wel een onzekerheid die grote gevolgen kan hebben voor jou als persoon. Stressklachten kunnen een gevolg zijn van de angst om te falen in de ogen van de ander. Je hebt niet het vertrouwen om te gaan staan voor je eigen kennis en daarmee ondermijn je vooral jezelf. Hierna deel ik een aantal tips die jij kunt toepassen om dit oplichtersyndroom een halt toe te roepen.

 

Tip 1: Zie de angst onder ogen

Wat kun je doen om de gevoelens dat jij door de mand valt te verminderen? Door je angst onder ogen te zien en te erkennen of dit terecht is of niet. Durf er tegenin te gaan en tegenargumenten te verzamelen waarom jij geen oplichter bent maar echt de expert op jouw vakgebied. Dit zal niet in één keer lukken. Na een paar keer jezelf hiermee confronteren merk je dat het gevoel minder wordt.

Tip 2: Schrijf het van je af

Door op te schrijven wat je voelt, wat de situatie is en hoe jij hierop reageert krijg je meer inzicht in wat dit syndroom precies met je doet. Dit kun je doen in een notitieboekje, of in een document op je pc. Het belangrijkste is dat je gaat schrijven. Het kan erg confronterend zijn om je gedachten zo op papier te zetten, maar je hoeft het dan ook met niemand te delen. Je doel is om je angst onder ogen te zien en schrijven helpt daarbij.

Tip 3: Positieve feedback verzamelen

Wanneer je een compliment krijgt of een leuke review, schrijf deze dan op in een boekje met positieve feedback. Op het moment dat jij dan twijfelt aan jezelf en aan je kunnen, kun je dit boekje doorbladeren en de positieve woorden tot je door laten dringen.

Duw dat negatieve stemmetje de deur uit en vertrouw op de positieve reacties van mensen met wie je hebt samengewerkt. Luister nog eens naar de woorden van vrienden of familie die zien wat jij doet en kunt. Je roept nu een positief gevoel op, dit helpt je om je angst om door de mand te vallen te verminderen.

De volgende stap

Ben je klaar met valse bescheidenheid en jezelf klein houden? Ben je klaar met jezelf op de kop te zitten en enorme stress te ervaren over dat jij niet de juiste persoon bent voor de klus?

Mooi, dan ben je klaar met het oplichtersyndroom. Het is niet zo dat je van de ene op de andere dag je gedrag kunt veranderen en geen last meer hebt van dat negatieve stemmetje of de gevoelens die erbij horen. Wel kun je er iedere dag bewust van zijn dat je dit jezelf aandoet en dat je er ook mee mag stoppen.

Dit moet je weten voordat je je manuscript opstuurt! 7 tips!

Je eigen geschreven boek

Welke ondernemer droomt daar nou niet van? Je eigen geschreven boek in de boekenwinkel. Anno nu hoeft het uitgeven geen probleem meer te zijn. Je kunt het uitgeven via een kleine uitgeverij of ervoor kiezen om het zelf uit te geven. Maar toch willen de meeste aspirant schrijvers hun boek uitgeven bij de grote uitgeverijen. De kans dat jouw boek dan gelezen wordt door meer mensen is dan aanzienlijk groter, want die uitgeverijen hebben toch een groter marketingbudget. De eerste waar de redacteur van een uitgever naar kan kijken is jouw manuscript en de begeleide brief. Alleen één probleempje, de bekende uitgeverijen krijgen ook wekelijks stapels manuscripten aangeleverd. En de meeste, zeg maar tussen de 85 en 99% van de manuscripten, gaan regelrecht de prullenbak in. Nou dat is ook niet helemaal waar; sommige uitgeverijen geven er nog een uitgebreide brief bij waarom jouw boek niet wordt uitgegeven. Maar hoe vergroot je jouw kansen nu dat jouw boek wel wordt uitgeven? Hoe zorg je voor een goed en opvallend manuscript. Hieronder 7 tips om op te vallen met je manuscript en je begeleide brief. Wie weet komen jouw dromen uit en ligt jouw debuut volgend jaar naast het boek van Saskia Noort.

Het boek moet iets opleveren

Voor een uitgever is het vooral van belang dat ze iets zien in jouw boek. Het moet echt een toegevoegde waarde hebben voor de uitgever en het belangrijkste is dat het ze wel iets moet opleveren, want ze willen het risico op falen logischerwijs verlagen. Zolang jij geen bekende Nederlander bent of een bekende schrijver is het voor een uitgeverij altijd een risico om een boek van met een ‘onbekend’ iemand uit te geven, want gaat het wel verkopen? Weinig mensen kennen je, terwijl een boek van Linda de Mol geen uitleg meer nodig heeft. Meld daarom direct in je begeleide brief iets waarmee je de aandacht trekt of wat opvalt, bijvoorbeeld uit de actualiteit. Is er net een landelijk onderzoek geweest waaruit blijkt dat er veel leraren thuiszitten met een burn-out dan kan dat voor jou een mooi aandachtspunt zijn als je een boek hebt geschreven over burn-outs bij onderwijspersoneel.

Type uitgeverij

Echt een hele belangrijke tip is om goed te kijken naar de uitgeverij. Wat is het voor soort uitgeverij? Zo is het niet verstandig om je manuscript van een thriller vanaf 18 plus te sturen naar een kinderboekenuitgeverij. Er zijn uitgeverijen met een specialisatie voor young adult en de ander geeft voornamelijk thrillers uit. Verdiep je dus eerst in de uitgeverij. Schrijf in je brief ook waarom je graag wil dat jouw boek wordt uitgegeven bij deze uitgeverij. Natuurlijk stuur je je manuscript naar meer uitgeverijen, maar toch is het belangrijk om per brief op te schrijven waarom je net voor die uitgeverij hebt gekozen.

Geen taalfouten

Waarschijnlijk een open deur, maar zorg ervoor dat de brief die je meestuurt bij je manuscript geen taalfouten bevat en/of geen niet-lopende zinnen heeft. Je wilt wel graag serieus genomen worden, laat het daarom dus altijd nakijken door iemand die er verstand van heeft.

Leer van anderen

Lees heel veel anderen boeken. Zeker de boeken in jouw genre. Kijk hoe het verhaal is opgebouwd; Hoe is zijn/haar schrijfstijl? Wat vertelt de auteur wel, wat niet? Etc. Lees dus aandachtig. Vertel enthousiast over je boek Een uitgeverij kijkt ook verder dan alleen je manuscript en later je boek. Kun jij zelf ook je boek verkopen tijdens interviews? Hoe is het met je communicatieve vaardigheden als je wordt geïnterviewd door een tijdschrift, de radio of op tv kan komen? Zorg daarom voor een enthousiaste brief, maar zorg er ook voor dat wanneer je wordt uitgenodigd aan de hand van de manuscript, dat je ook goed kan uitleggen waarom dit boek er moet komen.

Ervaring

Vertel ook in je brief welke schrijverservaring je hebt opgedaan. Heb je al eerder een boek uitgegeven? Heb je weleens een schrijfwedstijd gewonnen? Of misschien werk je al als redacteur of heb je al een eigen publiek op social media? Vermeld dan absoluut je website en/of social media kanalen erbij.

Binnenkomer

Uitgeverijen geven ook vaak aan dat wanneer je wordt getipt door een literair agent of iemand uit het schrijversvak dat je dan absoluut een streepje voor hebt. Zorg dus dat voordat je je manuscript opstuurt, dat je alvast contacten gaat leggen. Kom in contact met iemand waarvan je denkt dat die wat voor je kan betekenen. En dan nog de allerlaatste tip: lever je manuscript in zoals is aangegeven op de site. Ga het absoluut niet anders doen om ‘origineel’ te zijn. Ik weet zeker dat als je (sommige) tips uitvoert dat je dan meer kans hebt om niet in de prullenbak te belanden. Maar vat het niet persoonlijk op als je manuscript er niet door heen is gekomen. Het gebeurt soms ook dat de manuscript er wel goed uitziet, maar dat er onlangs al een boek is uitgegeven met hetzelfde thema als jouw boek en zo zijn er nog meer redenen die niets te maken hebben met jouw kwaliteiten. Voor nu alvast veel succes!

Zo krijg je een succesvol bedrijf in 6 stappen met behulp van deze 9 boeken

Als je mij een beetje kent, dan weet je dat ik echt ontzettend veel (business) boeken lees en dat lezen voor mij echt pure ontspanning is. Ik lees over het algemeen ongeveer 3 ondernemersboeken per week. Meestal leen ik ze bij de bieb of lees ik ze via de Kobe app van Bol.com. Heel soms koop ik ze via Bol.com als het echt de moeite waard is om te lezen, te bewaren en om aantekeningen in te maken. Ik merk dat ik het ontzettend leuk vind om boeken aan te raden aan mensen. Vandaar dat ik nu deze blog schrijf, waar ik jou meeneem in het hele proces van het opstarten van jouw droombedrijf. Ook al ben je al jaren ondernemer, dan nog kan je veel hebben aan deze blog. Omdat het altijd goed is om te kijken of je nog op de juiste weg bent en wat je nog kan verbeteren qua kennis en skills. Aan de hand van onderstaande 10 boeken moet het zeker lukken om jouw ideale en succesvolle bedrijf te realiseren.

Stap 1: Personal branding

Personal branding is een stap die veel ondernemers vergeten. Vaak zie ik, wanneer ondernemers starten of ze beginnen met een nieuw product of nieuwe dienst, dat ze dan beginnen ze met het maken van een website, huisstijl en logo. Dit zijn belangrijke zaken, maar naar mijn mening niet de eerste stappen om te zetten als je goed van start wil gaan. Eerst is het van belang om te kijken naar wie jij bent en wat je kan. Personal branding is jezelf zo profileren dat je positieve beelden en associaties oproept bij je doelgroep. Je gebruikt je persoonlijkheid, kennis en ervaring om je te onderscheiden van anderen. Daarom is het ook goed om te gaan onderzoeken wie jij bent, wat je kwaliteiten en je drijfveren zijn en waarom je wilt ondernemen, wat precies, etc. Een goed boek dat ik aanraad voor startende ondernemers is: Personal branding voor zzp-ers. Hiermee ga je aan de hand van 8 stappen aan de slag. Waar ben je goed in? Wat kun je voor anderen betekenen? Wat is je doelgroep? Waar doe je het voor? Wat is jouw personal branding statement? Wat is jouw verhaal? Hoe draag je uit wie je bent? En hoe versterk je je netwerk? Dit zijn belangrijke zaken om goed over na te denken. Hierna zou je eventueel door kunnen gaan met het tweede boek dat ik vaak aanraad en dat is: Babe You Got this werkboek. In dit werkboek ga je actief aan de slag met jou als merk/bedrijf. Het boek “personal branding voor zzp-ers” is een informatief boek en met het werkboek kun je dit in de praktijk brengen.

Stap 2: Financiële kennis

Niet iedereen staat te springen om zich bezig te houden met belastingvragen en boekhouden. Je kunt het natuurlijk uitbesteden, maar wil je het eerst toch zelf doen en regelen, dan zou je het boek ‘The happy financial’ van blogger en accountant Marjan Heemskerk kunnen lezen. Hierin vind je alles over het bijhouden van je administratie, btw-aangiften, jaarrekening, aftrekposten e.d. Saai? Misschien wel, maar zonder omzet is je bedrijf naar mijn mening vooral een hobby en geen echte business.

Stap 3: Hoe maak je een goede website?

Je kunt natuurlijk een webbouwer inhuren. Dat is vaak ook een goed idee. Maar los van het technische gedeelte van de website, is ook het ook van belang om te kijken naar het ‘waarom’ van je website. Hoe navigeert een bezoeker op websites en hoe haal je meer uit een website? In het boek van De Lean Website van Seph Fontane Pennock komt het allemaal naar voren. Kort samengevat leer je in het boek hoe je een winstgevende website creëert. Wil je juist iets meer technische kennis, dan kan ik het ook aanraden om het boek ‘Klantmagneet’ van Irene Ogier te lezen. Een heel makkelijk en simpel boek die ik binnen een uur uitlas. Irene Ogier neemt je bij de hand en vertelt je de do’s en don’ts op webgebied. Ze legt alles uit over emailmarketing, design van je website en wat voor soort teksten je het beste kan plaatsen.  

Stap 4: Het belang van bloggen

Bloggen op je site is heel belangrijk. Google hecht heel veel waarde aan een website die actueel is en met bloggen kan je ervoor zorgen dat je steeds nieuwe content hebt. Dat is vele malen beter dan een website die statisch is en waar niets op gebeurt. Regelmatig nieuwe content plaatsen kan zorgen dat je hoger in Google belandt. En hoe ‘voller’ je website is, des te makkelijker men uiteindelijk bij jouw website uitkomt door de woorden waar men op zoekt in Google. Hoe meer content, hoe eerder je gevonden wordt. Verder zijn er nog meer voordelen van bloggen, wil je er meer over lezen, dat kan hier. Wil je meer kennis opdoen over bloggen, dan zou ik je zeker aanraden om het boek ‘Beter bloggen’ van Karin Ramakers te lezen.  

Stap 5: Social media

Wanneer ik een boek lees over social media, kijk ik eerst naar de datum van de herdruk. Tips over social media zijn tijdsgebonden. Wat prima kon in 2014, kan anno nu echt niet meer. Toch is het vooral belangrijk om ‘echt te zijn’ op social media en dat je (potentiële) klanten het idee hebben dat ze je leren kennen. Hierdoor zullen ze je eerder vertrouwen en iets bij jou kopen. Ik denk dat ‘echtheid’ momenteel een van de belangrijkste pijlers is op social media. Laatst had ik het boek ‘Instaproof’ gekocht van Kirsten Jassies. In 15 stappen laat ze zien hoe je meer succes kunt krijgen op Instagram. In het boek komt naar voren hoe het algoritme werkt en alles over stories, hashtags etc. Er komen ook influencers aan bod in het boek wat het nog interessanter maakt. Kortom een heerlijk feelgood boek over Instagram met uiteraard mooie plaatjes van Instagrammers.  

Stap 6: Mooie foto’s maken voor Social media of je website

Over mooie plaatjes gesproken; hoe maak je nu prachtige foto’s? Zelf ben ik vorige maand begonnen met een fotografiecursus, maar wil je liever zelf thuis aan de slag gaan met het maken van professionele foto’s, dan zou ik  zeker de 2 boeken van Anki Wijnen kopen. Haar eerste boek heet Shoot, daarin leert ze je hoe je kan fotograferen met een digitale camera. Als ik iets wil nalezen over foto’s maken, pak ik vaak even haar boek er weer bij. Zonder technische en moeilijke termen legt ze eenvoudig uit hoe je mooie foto’s kan maken. Haar tweede boek heet Snap en hierin legt ze uit hoe je mooie foto’s kan maken  via je smartphone. Dat komt ook wel kort aan bod in Shoot, maar in Snap gaat ze hier dieper op in. Het is ook wel fijn om te weten hoe je leuke foto’s kan maken met je smartphone, omdat je vaak je mobieltje wel op zak hebt.

 

Welke boeken raad jij aan?