Verliesaversie: We kunnen niet tegen ons verlies

Verliesaversie

Wellicht herken je het wel. Je hebt iets gemaakt of gedaan en je krijgt van 10 personen alleen maar complimenten en van 1 persoon krijg je negatieve feedback. Alle mooie positieve reacties worden direct overstemt door de negatieve feedback. Hoe kan dat? Dit heeft te maken met de verliesaversie.

Onze hersenen zijn er zo op ingericht dat het direct gevaar herkent. Evolutionair gezien heeft dit ermee te maken dat onze voorouders in de oertijd moesten zien of iets giftig was of als er een tijger aankwam. Ze hadden dan geen tijd meer om even naar de mooie bloemen te kijken. In een spit-second moesten ze een keuze nemen met gevaar voor eigen leven. Het zien en opletten van gevaar was dus belangrijker dan plezier. Hierdoor zijn we goed in gevaar herkennen. Het maakt hierbij niet uit of er echt gevaar schuilt of dat we dit alleen denken. Daardoor maakt negatieve feedback meer indruk dan complimenten.

Wanneer je bij de eerste indruk een negatief gevoel over die persoon krijgt, probeer je de informatie die je daarna over die persoon krijgt te rechtvaardigen door de eigenschappen van die persoon te interpreteren op een manier die de eerste – in dit geval negatieve – indruk bevestigt. Het zogeheten halo-effect. Toch gaat dit andersom wel gemakkelijker. Van iemand waarbij we eerst een positief beeld hebben en die daarna iets verkeerd doet, hangen we direct een negatiever oordeel aan vast. Psycholoog Paul Rozin zegt dit heel treffend: “Een enkele kakkerlak in een schaal kersen roept weerzin op, en een enkele kers vermindert niet onze weerzin tegen een schaal kakkerlakken”. Dit geldt ook met vertrouwen. Ze zeggen weleens vertrouwen komt te voet en gaat ter paard.  Gevaar of niet; we letten constant op.

 

Maar wat is nu dan precies verliesaversie?

Verliesaversie houdt in dat we liever kiezen voor het behoud van wat we hebben, dan dat we een risico nemen voor iets beters met een kans op falen. De verliesaversie bepaalt waarschijnlijk veel stappen in jouw leven. Ga jij voor behoud van wat je hebt of durf je soms weleens een stap in het diepe te springen?

Ga maar eens na wat je zou doen in het volgende voorbeeld.

Stel je een kennis vraagt je of je een gokje wil wagen. Je mag kiezen uit kop of munt. Als het kop is, verlies je 100 euro. Als het munt is, win je 150 euro.

Zou jij meedoen aan dit spelletje?

Waarschijnlijk niet, omdat hier de verliesaversie om de hoek komt kijken. De pijn die verliezen veroorzaakt weegt voor jou dan zwaarder dan de vreugde bij het winnen. Je wil niet het risico lopen om 100 euro te verliezen. Toch als je het statisch zou bekijken, zou je bij deze gok meer winnen dan verliezen.

Dit is nog een spelletje, maar de hele angst om iets te verliezen heeft best veel invloed in ons dagelijkse leven. Geef ik mijn baan op? Zal ik stoppen met mijn onderneming? Zal ik starten met een nieuwe studie? Onze angst om iets te verliezen zorgt er soms voor dat we niet in actie komen. Evenals de angst van  niet weten wat er komen gaat. Is dat wel iets beter dan waar we nu in zitten? Wat ook kan gebeuren is dat we wel direct in actie komen, omdat we bang zijn om te verliezen. Denk aan booking.com. Als je daar rondkijkt, zie je hoeveel mensen er ook azen op je plekje en hoeveel plekken er nog over zijn. En als je dan ook nog eens ziet dat er maar 1 plekje over is, ga je direct boeken.

Kortom: verliezen, we doen het liever niet.

neuroplasticiteit

Neuroplasticiteit: Goed nieuws! Je bent nooit te oud om te leren

Neuroplasticiteit

Nog net zo lang niet zo geleden dachten breinwetenschappers dat de hersenen na de pubertijd niet meer veranderden. Ze dachten dat verbindingen in de hersenen hetzelfde blijven. Door veel neurologisch onderzoek van de afgelopen tijd ontdekten neurowetenschappers dat dit een fabel is.  Je hersenen kunnen veranderen, sterker nog het vormt zich voortdurend en past zich constant aan op basis van ervaringen. Dit is goed nieuws, want dit betekent dat je altijd iets nieuws kan leren. De aanpassing van het brein wordt neuroplasticiteit genoemd.

Omgeving

De aanpassing gebeurt onder invloed van de genen en omgeving. Aan de eerste invloed kun je helaas niets meer doen, maar aan de invloed van je omgeving wel. Wil je een nieuwe taak leren, bijvoorbeeld na het avondeten een rondje hardlopen, dan is oefening van groot belang. Ik leg je uit hoe het werkt.

Onze hersenen zijn een afspiegeling van onze omgeving, onze ervaringen en ons verleden. Dus als jij ’s avonds op de bank ploft en televisiekijkt, dan gaan je hersenen heel makkelijk dezelfde gedachten activeren die bij die plek horen.  Bijvoorbeeld:

‘Ik heb wel zin in borrelnootjes.’
‘Ik blijf lekker zitten waar ik zit en heb geen zin in extra beweging.’
‘Nu ik die film kijk, heb ik wel zin in popcorn.’

Neuraal netwerk

Wil je iets veranderen, dat kan door nieuwe verbindingen tussen hersencellen te vormen. Dat werkt als volgt: Een netwerk van een groep zenuwcellen wordt een neuraal netwerk genoemd. Het is een onderling dynamisch netwerk met daarin miljarden banen. Deze lichten op, elke keer als je denkt, voelt of handelt. Sommige van deze banen worden vaak gebruikt, dat zijn onze gewoonten; onze geconditioneerde manier van hoe we denken, voelen en handelen. Elke keer als we een nieuwe taak uitvoeren of denken of voelen, versterken we deze banen. Hierdoor wordt het gemakkelijker voor ons brein om deze weg te gebruiken.  Door herhaalde oefening wordt het onderliggende neurale netwerk sneller en sterker.

Een nieuwe baan

Je gaat dus zorgen voor een nieuwe baan. Dat vraagt om herhaling, binnen een bepaalde tijd, gemiddeld genomen 6 weken. Dus oefenen, oefenen en oefenen. Op deze manier sla je het nieuwe netwerk op en kan het op den duur manier automatisch verlopen, zonder bewuste oefening.

Op een gegeven moment wordt deze manier van denken, voelen of handelen een nieuwe gewoonte. Het oude neuraal netwerk wordt dan steeds minder gebruikt en verzwakt uiteindelijk.

 

 

positieve psychologie

Wat is de Positieve psychologie?

Positieve psychologie

In mijn werk als psycholoog maak ik veel gebruik van de inzichten uit de positieve psychologie. Maar wat is precies de positieve psychologie? In dit artikel leg ik het je uit.

 

De positieve psychologie is een belangrijke wetenschappelijke stroming binnen de psychologie. De positieve psychologie legt de nadruk op wat de mens gelukkig maakt en kijkt naar zijn/haar mogelijkheden. Dit op aanvulling van de klassieke psychologie die zich voornamelijk bezighoudt met problemen en afwijkingen. Het is niet de bedoeling van de positieve psychologie om alles wat er inmiddels bekend is over de klassieke psychologie te vervangen, maar juist aan te vullen.

Psycholoog Martin Seligman is de grondlegger van de positieve psychologie. Met het volgende verhaal vertelt Martin hoe zijn dochtertje in 1997 zijn leven veranderde en daarom ook de psychologie.

 

Ik was in de tuin mijn rozen aan het snoeien en onkruid aan het wieden. Mijn dochter, die net vijf jaar geworden was, maakte er een spel van om het onkruid in de lucht te gooien, rond te rennen en rond te dansen. Ik mopperde op haar en toen ze niet ophield, schreeuwde ik tegen haar dat ze ermee moest ophouden, waarop ze me even aankeek en wegliep. Toen kwam ze terug en zei: Papa, misschien heb je het niet gemerkt, maar voordat ik vijf werd, huilde en zeurde ik over van alles. Vanaf mijn derde tot mijn vijfde heb ik dat gedaan, en toen ik vijf werd heb ik besloten om daarmee op te houden. Dat was het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan, en het is me gelukt! En als ik kan ophouden met huilen en zeuren, dan kan jij ophouden met mopperen.

Dat zijn dochter dit zei was echt een eyeopener voor Seligman. De afgelopen 50 jaar was hij soms zonder reden chagrijnig. En op het moment dat zijn dochter dit vertelde, besefte hij dat de opvoeding van zijn dochter vooral moest gaan over hoe hij haar het beste kan stimuleren. Dit door te benoemen wat wel goed gaat in plaats wat niet goed gaat en het ontplooien van haar sterkte kanten. Hij besefte dat het zo ook moest gaan in de psychologie; niet alleen kijken naar iemand zwaktes of wat die persoon ongelukkig maakt, maar ook kijken naar wat iemand wel gelukkig maakt. En het Nikki-principe was geboren. Het werd zijn missie om positieve psychologie op de kaart te zetten.

Een onderdeel van de positieve psychologie is dus kijken naar de sterke kanten van een persoon. Wanneer iemand een probleem ervaart, zit degene vaak vast in het probleem. Ervaar jij een probleem, dan kun je kijken naar wat wel goed gaat in het dagelijkse leven (buiten het probleem om) of kijken naar je sterke kanten om uit het probleem te komen. Je vraagt jezelf dus niet af wat er mis is, maar wat gaat er goed of wat heb ik nodig?

 

systeem 1 en 2

Een snelkoppeling in je brein houdt je gemakkelijk voor de gek

Waren we voorheen van mening dat mensen voornamelijk rationele beslissingen maakten, door het werk van onder andere nobelprijswinnaar Daniel Kahneman weten we inmiddels wel beter. Hij laat door gebruik van jarenlang bewezen onderzoek zien dat we vaak keuzes maken die grotendeels worden bepaald door impulsen, oerinstincten en onbewuste beweegredenen.

In zijn boek ‘Ons feilbare denken’ vertelt hij dat we onze hersenen heel simpel kunnen verdelen in 2 systemen.

Systeem 1

Systeem 1 is onze automatische piloot. Systeem 1 heeft ons vanuit de evolutie geholpen, met bijvoorbeeld afstand inschatten. Onze verre voorouders moesten voortdurend alert zijn en er was overal gevaar. Wanneer ze een tijger zagen aankomen, was er geen tijd om na te denken maar moest er direct gevlucht worden.

Systeem 1 kan functioneren, zonder dat je je er bewust van bent. Het zorgt er in ieder geval voor dat je dagelijkse dingen kan doen zonder dat je er diep over hoeft na te denken. Denk hierbij aan gewoontes, gevoelens en simpele sommen als 1 plus 1. Systeem 1 werkt snel, gaat automatisch, maar is vaak onnauwkeurig.  Bij ongeveer 95 procent van onze beslissingen gebruiken we systeem 1. Ik noem dit systeem ook de snelkoppeling van je brein. Het nadeel van deze ‘snelkoppeling’ is dat er veel fouten in worden gemaakt. Zeker als we moe zijn krijgt systeem 1 de overhand.

 

Systeem 2

Dan hebben we systeem 2. Dit is ons weloverwogen en bewuste systeem. Dit systeem werkt trager en komt pas als tweede aan de beurt. Je gebruikt deze om je aandacht ergens bewust op te richten, dus bijvoorbeeld als je een probleem wil oplossen, een moeilijke rekensom wil maken en nieuwe dingen leert. Een nadeel van dit systeem is dat het veel energie kost. Ongeveer 5 procent van onze beslissingen gebeurt in systeem 2.

Ook gebeurt het dat een taak van systeem 2 naar systeem 1 gaat. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de eerste keer dat je leerde fietsen. Daar moest je veel aandacht bij hebben (systeem 2). Nu gaat het moeiteloos. Dus is het van systeem 2 naar 1 gegaan.

 

Hoe werkt het nu?

Systeem 1 en 2 zijn eigenlijk een soort wisselwerking.

We denken dat de keuzes die we maken grotendeels zijn gebaseerd op de juiste informatie. Dat we altijd ‘in control’ zijn. Maar dat is vaak niet zo. Systeem 1 – ons onbewuste brein – is de baas.

Via systeem 1 wordt alles wat we ervaren gefilterd. Dat gaat via het zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Veel gaat automatisch, dat kunnen we nooit bewust verwerken omdat het om een gigantische hoeveelheid informatie gaat per dag. Om die informatie razendsnel te verwerken, zonder dat we gek worden, maakt dit systeem gebruik van oerinstincten, heuristieken (vuistregels) en emoties. Je voelt je ergens direct wel of niet prettig bij. Systeem 2 kun je meer zien als degene die een oogje in het zeil houdt.

Kahneman maakt een vergelijking van de verslaggevers en de eindredacteuren. Systeem 1 kan je dan zien als de verslaggever, die doet gewoon zijn werk. En systeem 2 zijn de eindredacteuren die worden ingezet om kritisch te zijn en kanttekeningen te plaatsen.

Maar zoals ik al eerder zei maken we 95 procent van de beslissingen op basis van het onbewuste, snelle, automatische brein, zonder dat systeem 2 er echt aan te pas komt. Systeem 2 is liever lui dan moe en gaat er in de meeste gevallen van uit dat systeem 1 gelijk heeft. Dus maken we nog best veel fouten.

 

nieuwe doelen stellen

Inzichten uit de neuropsychologie; zo haal je je doel wel.

doelen halenJouw doel

Je hebt een nieuw doel gesteld. Bijvoorbeeld; je wil afvallen, stoppen met roken, meer bewegen, etc. Je begint met goede moed, maar langzaam komt de klad erin. Je hebt weer toegegeven en rookt toch weer een sigaretje. Of na weken elke dag wandelen, zitten je wandelschoenen na maanden weer stof te vergaren. Of je wil minderen met het gebruik van je smartphone, maar toch blijft die telefoon maar aan je hand vastgeplakt en reageer je toch weer op elk inkomend bliepje. Hoe komt het? Heeft het te maken met een gebrek aan wilskracht? Of is er iets anders aan de hand?

Jouw brein

Om wat meer inzicht te krijgen in je gedrag, vertel ik in het kort hoe je brein werkt. Voor het gemak deel ik onze hersenen in twee helften; het oudere brein en het nieuwe brein. Het nieuwe brein bevat jouw prefrontale cortex. Dit is evolutionair gezien het jongste systeem van het brein dat we gebruiken om goed te plannen voor in de toekomst en onder andere om verleidingen te weerstaan. Kortom, dit stukje van je brein zorgt dat je verstandige beslissingen maakt. Ook gebruiken we dit brein om de impulsen van het oudere brein te weerstaan. De evolutionaire oudere structuren van onze hersenen reageren vaak op elk impuls dat er binnen komt en om te genieten van elk genot.

Lekker sigaretje roken na het eten, de hele avond languit op de bank blijven liggen om netflixen, de volle zak chips leegeten, urenlang scrollen door je timeline op Instagram, etc.: Dit is allemaal de ‘schuld’ van je oudere brein. Er is als het ware constant een strijd aan de gang tussen het oude brein en het nieuwe brein die juist de beste keuze wil maken voor de toekomst.  Daarom kan het soms gebeuren dat je weet dat iets niet verstandig is, maar dat je het toch doet. En daarom is het realiseren van je doelen soms echt zo ontzettend moeilijk.

Wat het ook lastig maakt, is dat we in de huidige maatschappij constant verleidingen krijgen aangeboden. Overal liggen lekkere dingen op ons te wachten en de informatie die je per dag leest is ongeveer gelijk aan 174 kranten. Constant is je brein aan het filteren wat interessant is en wat niet. Dit zorgt ervoor dat je nieuwe brein moe wordt waardoor het oudere brein het toch weer ‘wint’, want je oude hersennetwerken zeggen dat je toch best wel een wijntje hebt verdiend na een lange dag werken.  Het oude brein gaat voor kortetermijngeluk.

Natuurlijk is daar soms niets mis mee, maar wel als je daarmee op langere termijn je doel niet behaald, omdat je constant voor je kortetermijngeluk gaat.

Maar hoe haal je nu wel je doel? De bedoeling is dat je je prefrontale cortex gaat trainen. Je gaat deze als het ware sterker maken, waardoor je het oudere brein makkelijker kan overmeesteren.

Je kunt dus je oude patronen en impulsen, automatisch tegengaan. Dat vergt heel veel training, maar is wel mogelijk. Dit heeft alles te maken met de plasticiteit van ons brein. Onze hersenen maken voortdurend nieuwe cellen en verbindingen aan tussen onze cellen. Alles wat je meemaakt, denkt, voelt en doet, vormt je hersenen. Je bent als het ware constant in ontwikkeling.

Dit zorgt ervoor dat je nieuwe dingen – ook op latere leeftijd – kan leren, zoals piano spelen, je kan assertiever worden, maar ook sportiever worden en noem maar op.

 

Praktische tips om je doel nu wel te gaan halen.

1.Maak een plan. Stel als eerst een haalbaar doel. Houd je aan het SMART-principe. Je doel is dan Specifiek (je weet wat precies je doel is), Meetbaar (het is uit te drukken in cijfers), Acceptabel (het gaat niet tegen regels en wetten in), Realistisch (het is een haalbaar doel) en Tijdsgebonden (je hebt een begin- en einddatum).

Dus niet: ik wil weer gaan hardlopen maar wel: op 14 februari wil ik graag 7 km achterelkaar kunnen lopen.

2. Zorg er ook altijd voor dat je doelen positief formuleert. Onze hersenen kunnen het woord ‘niet’ niet verwerken. Als ik nu aan je vraag of je NIET aan een roze olifant wil denken, dan weet ik al waar je nu aan denkt.

Dus niet: ik wil niet elk uur op mijn telefoon kijken, maar wel: ik leg om de 2 uur mijn telefoon even weg.

3. Benoem de voordelen; waarom wil je jouw doel behalen? Het is toch makkelijker om jouw doel te behalen als je weet waarvoor je het wil doen. Minderen met je smartphone kan zorgen dat je meer tijd hebt voor je gezin. Afvallen kan zorgen voor een betere conditie. Schrijf deze voordelen ook ergens op, zodat wanneer je op een moeilijk punt komt het makkelijker is om toch de voordelen te blijven inzien.

4. Krijg inzicht wanneer je het lastig vindt om je doel te bereiken. Is dat vaak in de avond wanneer je moe bent? Bij sommige doelen kan het zijn dat het goed is om ook te kijken naar afleiding. Bijvoorbeeld bij eetdrang kun je alvast voorbereiden welke afleiding kan helpen als je het moeilijk hebt. Heb je heel erg trek in de late avond? Ga dan eens vroeg naar bed.

5. Bouw langzaam jouw doel op. Vaak zie ik dat mensen ineens te streng zijn voor zichzelf. Van niet sporten, naar ineens 5 keer in de week sporten. De kans is dan groot dat je je doel niet behaald. Dus ook niet een streng doel als; doordeweeks mag ik tot 17:00 uur niet meer op mijn smartphone zitten. Je kunt er dan beter voor kiezen om af en toe je telefoon weg te leggen. En elke keer als je een impuls krijgt om toch je telefoon te pakken, om het dan 5 minuten langer uit te stellen.

6. Word fitter. Ons nieuwe brein – die het behalen van jouw doelen remt – werkt minder als we moe zijn. Bedenk daarom dingen waar jij energie van krijgt.

7. Geef jezelf complimentjes. Dit is iets wat we vaak vergeten, maar zo belangrijk. Zeg dat je goed bezig bent. Door te focussen op wat wel goed gaat, krijg je minder oog voor wat er verkeerd gaat. Vaak is het met een behalen van een doel toch twee stappen vooruit, een stap achter, dan weer twee stappen vooruit en dan weer een achteruit.

 

Stap voor stap op weg naar je doel.