Welke normen hanteer jij?

Normen

Normen zijn gedragsregels waar jij jezelf of de ander op afrekent of waarvan je verwacht dat jij of de ander zich aan houdt.

Het heeft niet zoveel te maken met ‘de waarheid’. Normen van jezelf heb je zelf bedacht en/of zijn je opgelegd tijdens je opvoeding, je eigen cultuur en je vrienden. Normen hoeven dus niet waar te zijn, maar vaak zie jij ze wel voor waarheid aan en handel je dus ook naar je eigen normen.

Voorbeelden van zelfopgelegde normen:

  1. Ik moet de perfecte moeder/vader, vrouw/man, vriend(in), kind, ondernemer e.d. zijn.
  2. Ik mag niet huilen, zeker niet in het bijzijn van anderen.
  3. Ik mag geen fouten maken, ik moet alles goed doen.
  4. Ik mag nooit bang zijn.
  5. Ik mag geen tijd nemen voor mezelf, ik moet altijd (hard) werken.
  6. Ik moet altijd vriendelijk blijven.
  7. Ik moet van al mijn kinderen evenveel houden.
  8. Ik zet anderen op de eerste plaats.

Deze normen klinken misschien heel overdreven, maar je zal vast wel een paar herkennen. Het is soms goed om te kijken of de normen die we onszelf opleggen nog wel van toepassing zijn. Veel normen zijn vaak in onze kindertijd ontstaan, maar nu we volwassen zijn misschien niet meer van toepassing, terwijl we ze nog steeds (on)bewust gebruiken.

Wat je zou kunnen doen is een stuk of 10 normen opschrijven die jij nog vaak hanteert. Daarna neem je ze een voor een onder de loep aan de hand van de onderstaande 4 vragen.

Is jouw norm flexibel?

Starre normen die geen enkele flexibiliteit hebben zijn moeilijk hanteerbaar, neem bijvoorbeeld de norm: ik mag geen fouten maken. Als je dan wel fouten maakt, is dat geen verbetering voor je zelfvertrouwen. Flexibeler is het om te denken: Ik doe mijn best, maar natuurlijk mag ik fouten maken. Fouten maken hoort erbij, daar leer je tenslotte van.’ Deze vernieuwde norm geeft je veel meer speling en vrijheid dan als jezelf iets verbiedt.

Is jouw norm door jezelf gemaakt?

We hebben zonder dat we het vaak doorhebben normen die door anderen zijn bedacht, bijvoorbeeld die van je ouders. In het kader van ‘dat hoort zo of dat hoort niet zo’. Als je als vrouw van je moeder hebt geleerd dat de norm is dat als de kinderen klein zijn dat je dan thuis moet blijven, dan kan het zijn dat je die norm ook meeneemt terwijl je misschien dolgraag had willen werken. Of als je als man van je vader hebt geleerd dat je altijd keihard moet werken, kan dat ervoor zorgen dat je altijd maar werkt terwijl je als man ook 4 dagen wil werken, om er vaker voor je gezin te zijn. Dit is even gechargeerd gezegd om aan te geven hoe normen ons door anderen kunnen worden opgelegd.

Is jouw norm positief?

Zorgt jouw norm voor een positieve uitkomst? Of hanteer jij die norm alleen uit principe? Een goede norm zorgt op lange termijn voor een positieve uitkomst.

Verbetert de norm jouw leven?

Als je altijd maar van jezelf vrolijk moet zijn, zou dat betekenen dat je emoties zoals verdriet niet toe mag laten terwijl verdriet en andere gevoelens zoals boosheid er ook bij horen. Al je emoties  opkroppen zodat ze er uiteindelijk op een verkeerde manier uitkomen of zich uiten in lichamelijke klachten , is ook geen verbeterde manier voor jouw leven. Dus kijk even of je normen hebt zoals deze die geen positieve invloed op jou hebben.